De kaarten van het voetbalseizoen 2018-2019 zijn geschud. Ajax is kampioen, NAC gedegradeerd en De Graafschap en Excelsior wisselen stuivertje met Sparta en RKC. Dat Fortuna ook komend seizoen Eredivisie speelt is de kers op de taart. En nu de bal voorlopig niet meer rolt ligt een zwart gat op de loer. Vandaar dat we een editie van ‘Veronica Inside’ met een geel/groen randje niet aan ons voorbij laten gaan en benieuwd zijn naar mooie verhalen uit een ver en recent verleden…


In een volgepakte kantine van een lokale voetbalvereniging wordt om 18.00 uur afgetrapt met een line-up om van te watertanden. Spreekstalmeester van dienst is Rob Schwillens, in het recente verleden interim-bestuurslid bij Fortuna. Hij heet de aanwezigen van harte welkom legt uit dat hij een poging waagt te komen tot een geheel eigen versie van het welbekende ‘Veronica Inside’.

In zijn linkerhand heeft Schwillens een microfoon, in zijn rechter een notitieblok. En bovenaan zijn notities staan de namen van de eerste drie gasten. En van die drie gasten hebben er twee een Fortuna verleden. Allereerst neemt Dennis Dengering (twee seizoenen Fortuna, 46 wedstrijden) plaats en niet veel later beklimt Bob Vankan (drie seizoenen Fortuna, 37 wedstrijden, 2 goals) het podium.


Dennis en Bob spreken openhartig over hun belevenissen in de voetballerij

Ondertussen kijkt Schwillens kort op zijn notitieblok en stelt de eerste vraag.

Bob, je werd een grote toekomst voorspeld, onder andere door Mark van Bommel. Uiteindelijk is dat er niet van gekomen; waar is het misgegaan?
‘Ik heb geen idee waar het fout is gegaan. Ik heb er altijd hard voor gewerkt en nergens spijt van. Ik speel nu bij EVV, heb het daar goed naar mijn zin en kijk met een fijn gevoel terug op mijn jaren bij Fortuna’.

Dennis, van Jong PSV stap je over naar Fortuna Sittard en dat heeft haar zaken dan niet helemaal op orde. Er zijn bestuurlijke en financiële problemen. Merk je daar iets van als voetballer?
‘Je probeert je er niet mee bezig te houden, maar je krijgt daar natuurlijk dingen van mee. We hebben een periode gekend waarin we drie maanden geen salaris kregen. Ik had medespelers met kinderen, de hypotheek moet maandelijks betaald worden en dat soort dingen. Het is heel makkelijk om te zeggen dat je stoïcijns moet zijn er je er niks van aan moet trekken, maar dat vindt vooral de buitenwereld. Voor ons was dat moeilijk. Ik zou over die periode een boek kunnen schrijven, of niet Bob? Maar om eerlijk te zijn: ik had het niet willen missen, het was een leerzame periode en had zeker zijn charmes’.


Gaat Dennis nog eens uit de school klappen over zijn Fortuna-tijd?

Bob, hoe kijk jij terug op die periode?
‘Dat was een heel hectische tijd. We beschikten toen niet over een trainingsaccommodatie en trainden bij een amateurclub. Wedstrijdbesprekingen vonden plaats in de bestuurskamer. Het is een mooi voorbeeld van de situatie waarin de club toen zat. En dat vertaalt zich dan in de resultaten. Gelukkig heeft de club de weg omhoog gevonden, maar helaas zijn Dennis en ik daar niet meer bij’.

Dennis heeft gekozen voor een maatschappelijke carrière. Hoe kijk je tegen je eigen carrière aan? Je speelt nu bij EVV. Zit een terugkeer naar het profvoetbal er nog in?
‘Eigenlijk ben ik ook al bezig met mijn maatschappelijke carrière. Ik studeer nu fysiotherapie, maar stel dat zich de kans aandient, dan denk ik daar zeker over na’.

Dennis heeft de deur richting profvoetbal dichtgegooid, maar jij twijfelt dus nog?
‘Klopt, mocht de kans zich voordoen, hoe klein ook, dan is terugkeren naar het profvoetbal zeker nog een optie’.


Bob denkt héél stiekem nog aan profvoetbal

Het is tijd om ook de aanwezigen de kans te bieden vragen te stellen. En daar maakt oud-Fortunamedewerker Harry Willemsen (Lees ook: Supporterzaken blijft ondergeschoven kindje) gebruik van.

Bob, in hoeverre zijn trainers bepalend voor het verloop van je carrière? Zijn trainers bepalend voor het slagen als profvoetballer?
‘Achteraf is dat allemaal moeilijk te zeggen. Wat als je wél een klik met een trainer had gehad? Ik ben Wil Boessen dankbaar dat hij me heeft laten debuteren. Met hem kon (en kan) ik het altijd heel goed vinden. Met de trainers die daarna bij Fortuna zijn binnengekomen kon ik het iets minder vinden. Maar wat als ik daarmee wel een klik had gehad? Geen idee!’

Kan een trainer je maken of breken?
‘Ja, dat denk ik wel!’

Spreekstalmeester Schwillens neemt de regie terug in handen en refereert aan Mark van Bommel. Pim Verbeek stelt Van Bommel zelden of nooit op, wordt ontslagen waarna Bert van Marwijk het roer overneemt. Hoe het verder met Mark is afgelopen behoeft geen uitleg. De opvolger bij Fortuna, Peter van Vossen, ziet het in Bob Vankan niet zitten en dat doet zijn carrière geen goed.

Bob, hoe zie jij dat? Is Van Vossen cruciaal geweest voor het niet slagen van je carrière?
‘Tsja, misschien geldt dat ook wel voor de carrière van Dennis!’

Dennis, wat heb jij daarop te zeggen?
‘Ach, een trainer is ook gebaat bij winnen en stelt altijd zijn beste spelers op, toch? Lastig dus. Als een speler bepaalde kwaliteiten heeft, zal de trainer hem altijd opstellen. Dus maken of breken? Dat denk ik niet. Als je bepaalde kwaliteiten hebt die het team iets kunnen bijbrengen, dan is een trainer stom als hij daar geen gebruik van maakt. Dus nee, ik ben het er niet mee eens’.


Dennis is realistisch aangaande zijn passage bij Fortuna

En daarmee komt een einde aan het vraaggesprek met Dennis Dengering. Hij maakt plaats voor een andere oud-Fortunees. Wil Boessen klimt op het podium en neemt de plaats van Dennis Dengering in.


Wil Boessen luistert aandachtig naar zijn introductie

Meteen wordt Boessen gevraagd naar zijn band met Bob Vankan.

Wil, jij hebt Bob laten debuteren in het betaald voetbal. Waarom heb jij hem die kans geboden?
‘Ik werd getipt door Fernando Ricksen, Bobs trainer bij de B-jeugd. Bij Fortuna is het belangrijk dat jeugd doorstroomt naar het eerste en dat seizoen zijn zeven à acht spelers doorgestroomd. En kreeg dus een tip van Fernando. Nou, prima, laat hem maar eens meetrainen. En inderdaad, Bob was een talent. Mark van Bommel trainde destijds één à twee keer per week met ons mee en vond dat eveneens een prima idee. Ook hij vond Bob een groot talent’.

‘Maar wat een nadeel is gebleken, en dat neem ik nu mee als trainer, is dat je geduld moet hebben met jonge spelers. Bob was toen pas 16. De vraag dringt zich op of hij dat toen mentaal al aankon om als ‘groot talent’ te worden bestempeld. Maar ook qua trainingsbelasting. Tijdens het eerste seizoen gaat dat vaak goed, maar het seizoen daaropvolgend is vaak lastiger en krijgt een speler te maken met blessures. Dat heeft Bob ook meegemaakt. Dus vanaf nu laat ik spelers veel minder snel doorstromen. Vanuit de B-jeugd ga je eerste maar eens in de A-jeugd voetballen, dan naar het tweede en sporadisch meetrainen met de selectie. Doorstromen kan ook best in één of anderhalf seizoen, maar wat Bob heeft gedaan, dat is veel te snel voor hem geweest. Bob is te snel gebracht, heeft fysieke problemen gekregen en dat werkt mentaal door’.

Bob, als je zo naar je oud-trainer luistert, wat denk je dan?
‘Ja, daar zit wel een kern van waarheid in. Ik heb aardig wat blessureleed gekend. Één blessure is een steeds terugkerende blessure en dateert van de periode dat ik debuteerde in het eerste elftal van Fortuna. Maar voor mijzelf ging het toen helemaal niet snel. Je denkt daar ook niet zo over na. Je zit dan in een sneltrein. Achteraf bezien is het te snel gegaan. Maar je wordt ook geleefd hé?’


Trainer en speler zijn het met elkaar eens

Bob, wat is in jouw ogen een goed trainer?
‘Dat is een trainer die zijn spelers vertrouwen geeft. Die zegt waar het op staat, eerlijk aangeeft wat beter kan en wat niet en niet om de hete brij heendraait’.

Vervolgens gaat de microfoon naar Leo Beckers, de huidige trainer van FC Geleen-Zuid. Beckers heeft een praktijk in fysiotherapie die tal van sporters begeleidt, waaronder een tijd lang die van Fortuna. Hij vertelt over de periode dat hij werkzaam was bij Kasımpaşa SK en deel uitmaakte van de technische staf van trainer Fuat Çapa, die is opgenomen in onze Eregalerij!

Beckers verhaalt over het leven en voetbal in Turkije dat wordt beïnvloed door de daar heersende cultuur, de invloed van het geloof en het allerbelangrijkste: uiteindelijk beslist de president.

Het volgende thema dat wordt aangesneden is de periode dat Boessen werkzaam is in Thailand. Dat heeft Boessen veel gebracht, zijn horizon verbreedt, maar was ook moeilijk voor perfectionist als Boessen.

Bob, je hoort verhalen over Turkije en Thailand. Zulke landen, ver van huis. Is dat niks voor jou?
‘Dat lijkt me een enorm avontuur. Thailand of Indonesië… Ik zag laatst een documentaire over Melvin Platje op TV (speler van Persisam Putra Samarinda, oftewel Bali United), dat is mooi om te zien!’

Ondertussen verlaat Bob Vankan het podium en neemt de ‘Profvoetballer van het Jaar’ uit het jaar 1966, Willy Dullens, plaats op het podium. Dullens is in het verleden eveneens werkzaam geweest bij Fortuna en mag uitleg geven over zijn voetbalcarrière.

Willy, hoe kun je als speler uit de Eerste Divisie eigenlijk ‘Profvoetballer van het Jaar’ worden?
‘Dat klopt, maar de reden is dat ik toen al een paar interlands had gespeeld. Zo wonnen we in België met 1-3, terwijl we daar vijfmaal op rij van hadden verloren. Toen was ik de beste man van het veld. Ik ben nu wat ouder en dan mag je dat zeggen. Even serieus: ik had toen een dag dat alles lukte en wás ook écht de beste man van het veld!’.

‘Daarna trokken we naar Schotland, dat op dat moment thuis nog nooit met meer dan twee doelpunten verschil had verloren. We wonnen met 0-3 en speelde nóg beter dan tegen België. Toch was toen niet ik, maar Piet Keizer de beste man van het veld’.


Willy Dullens stelt zich bescheiden op

Nadat Dullens is uitgesproken over zijn interlands, beklimt een vriend van de eveneens aanwezige Jo Abelshausen het podium. In het verleden is hij gepolst voor een adviesfunctie bij Fortuna (Lees ook: Fortuna werkt aan adviesraad) maar is vooral bekend vanwege zijn verdiensten voor PSV.


Willy luistert aandachtig naar Willy

Willy van de Kerkhof vertelt over zijn twee WK-finales, wedstrijden waarvan je als klein jongetje droomt. Maar ook twee finales die allebei gaan verloren. Maar daar heeft Willy Dullens nog wat aan toe te voegen. ‘Als ik bij de finale van ’74 was geweest dan was dat heel anders afgelopen’. Waarvan akte.

Tenslotte wordt elk van de aanwezigen gevraagd naar een mooie anekdote uit hun carrière. Willy Dullens bijt het spits af.

‘Ik zal jullie iets heel leuks vertellen over de zoon van (de aanwezige) John van Bommel. Ik heb destijds Pierre Schmeitz opgebeld, hij was toen voorzitter van Fortuna. ‘Pierre, waarom staat de zoon van John van Bommel niet op? We hebben toch geen betere speler als Van Bommel bij het eerste? Je kunt twee dingen doen: hem opstellen of Pim Verbeek wegsturen. Mark van Bommel is gewoon niet te missen!’

’s ‘Avonds belt Schmeitz me op en zegt: ‘Willy, ik heb met Verbeek gesproken en volgende week gaat Mark spelen’. Dus ik heb Mark nog een beetje geholpen.

‘En zo zie je maar’, stelt Schwillens. ‘Niet alleen trainers kunnen spelers maken of breken, dat kunnen ook adviseurs’.

Het mooiste verhaal van de avond komt uit de mond van Wil Boessen. ‘Ik neem jullie mee naar ‘De Baandert‘, Fortuna’s oude stadion. Daar kleedden we ons altijd om, liepen over de sintelbaan van atletiekvereniging Unitas en kwamen zo uit bij de velden van het CIOS. Op een dag lopen we over de sintelbaan en aan de overkant van de baan loop een mevrouw met een klein hondje. Plotseling roept Coocky Voorn: ‘Hé, Fräulein, ist das ein Seehund?’. Die vrouw kijkt op, maar had het niet goed gehoord’.

René Maessen en Mario Eleveld, de twee ‘ratten’ in ons team, hadden het wel goed gehoord. Zij bellen vervolgens één van de kopstukken van het dichtstbijzijnde woonwagenkamp op en vertellen doodleuk dat Coocky Voorn een bewoonster van zijn woonwagenkamp zwaar heeft beledigd. En vragen en passant of het mogelijk is één van de meest gespierde bewoners naar de middagtraining te sturen’.

‘Iedereen is op de hoogte, behalve Coocky, als ’s middags een vreselijk brede gast, voorzien van de nodige tatoeages dwars door onze trainingsvorm loopt, op weg naar onze assistent-trainer. Hij is op dat moment bezig met het trainen van Ruud Hesp, op een bijveld. Als hij de vraag stelt: ‘Waar is die Coocky Voorn’, wijst de hele selectie in de richting van Voorn’.

‘Als Voorn in de gaten heeft wat er gebeurt, sprint hij in volle vaart via het zwembad richting ‘De Baandert‘ en sluit zich op in het toilet. Nadat wij ook bij het stadion aankomen hebben we die man gekalmeerd. We zijn vervolgens gaan douchen en zijn naar huis gegaan, terwijl Coocky nog altijd doodsbang op het toilet zat!’

Vervolgens komen Beckers en de beide Willy’s aan het woord die op hun eigen manier de aanwezigen een laatste anekdote aan de hand doen.


Een mooi stel!

Nadat Schwillens namens de aanwezigen alle sprekers heeft bedankt, geeft hij de microfoon over aan Martin Masset. Masset begint een verhaal over het vandaag georganiseerde jeugdtoernooi en de wens van de organisatie om een deel van het sponsorgeld te schenken aan een goed doel. En dan blijkt dat John van Bommel niet voor niks naar de kantine is gelokt.

John is een veiling gestart ten bate van één van de spelers van het G-team van Wilma Kusters (Voor intimi: de Maffia-loterij van bus 1). Deze speler kan alleen blijven sporten als hij aangepaste schoenen krijgt. En die zijn prijzig! Inmiddels heeft Johns veiling al heel wat geld in het laatje gebracht, maar Masset hecht eraan nog een aardig bedrag hieraan toe te voegen.

En zo eindigt een mooie (voor)avond, omkaderd met de kleuren geel en groen.

Michel Hennen