In het nieuwe seizoen is de doelstelling het verloren gegane terrein terug te winnen. Trainer Frans Debruyn ziet keeper Jacques Wings, die afgelopen seizoen de strijd onder de lat verloor van Piet Vogels, vertrekken naar Roda JC.


De verdedigers Jos Klingen (naar Sint-Truidense VV), Harald Stoter (naar FC VVV) en Harry Brüll (einde spelerscarrière) verlaten FSC. Debruyn haalt er Jan van ’t Hek (van FC VVV) voor terug; Harry Aben stroomt gedurende dit seizoen intern door naar het eerste elftal. Op het middenveld verliest Fortuna Willy Dullens (einde spelerscarrière); FSC haalt er Hilbert Mensinck (van HFC DCO) voor terug. Middenvelder Joop Titaley stroomt intern door naar de hoofdmacht. In de spits zien we topscorer John Fredrix (naar PSV), Nedeljko Bulatović (naar SK Tongeren), Harry Golsteyn (naar RIOS’31), Heinz Fischer (einde spelerscarrière), Jan Wolfs (naar VV Thorn), Ger Gruisen (einde spelerscarrière) en Leen Kiers (naar Neeroeteren FC) niet meer terug. Debruyn krijgt er Jan Boekestein en Leo van Straaten (beiden van Telstar), Gerd Schunk (van BC Oberbrüch) en Frans Derix (van FC VVV) voor terug.

Frans Debruyn is dus nog steeds trainer, maar ook dit tweede seizoen zal teleurstellend verlopen. Debruyn haalt de kerst niet, want hij wordt in december 1969 ontslagen. FSC staat dan op een elfde plek op de ranglijst en verloor in de eerste ronde van het bekertoernooi bij tweededivisionist RBC. Het bestuur vindt dat beneden peil, maar ook het feit dat de spelersgroep geen vertrouwen meer heeft in de trainer speelt een rol bij het ontslag. FSC gaat op zoek naar een nieuwe trainer en stelt in de tussentijd Henk Reuvers aan als interim. Die tussentijd wordt het restant van het seizoen. “Verwacht van mij geen wonderen”, deelt Reuvers mee bij zijn aanstelling en die komen er ook niet. FSC eindigt – ondanks twaalf doelpunten van Gerd Schunk – kleurloos veertiende, ver weg van de promotieplekken.

Naast het veld is het interessanter. Het is duidelijk dat FSC pas dan een eigen identiteit kan ontwikkelen als de club niet langer beschouwd wordt als een optelsom van Fortuna’54 en Sittardia. Compromissen – die een jaar eerder werden gesloten om de lieve vrede te bewaren – die die optelsom levend houden, moeten sneuvelen. Het roulerend voorzitterschap is het eerste compromis dat sneuvelt. Het voorzitterschap zou jaarlijks rouleren tussen iemand met Fortuna’54-bloed en iemand met Sittardia-bloed. Voorzitter Bèr Durlinger stapt inderdaad op, maar zijn opvolger Hans van Liemt heeft geen Fortuna’54-bloed. Ook geen Sittardia-bloed; Van Liemt is een Brabander maar vooral een rijzende ster bij DSM.

Het tweede compromis dat dient te sneuvelen ligt gevoeliger: de roulerende thuishaven. De nieuwe voorzitter stuurt in januari 1970 een brief naar de gemeente Sittard en de gemeente Geleen. Daarin geeft hij aan dat FSC vanaf het seizoen 70/71 een vaste thuishaven wil hebben: FSC speelt dan óf in Geleen óf in Sittard. De gemeenten mogen het uitvechten. Komen ze er niet uit dan dreigt FSC te verhuizen (het leegstaande Stadion Kaldeborn in Heerlen wordt gefluisterd). Het zijn stevige brieven, waarin FSC:

  • eisen stelt aan het verbeteren van de stadions (het Mauritsstadion is verouderd; Stadion De Baandert heeft geen veldverlichting), en;
  • continuering van de gemeentesubsidies op het huidige niveau eist (de ‘winnende’ stad moet dus tweemaal zoveel subsidie betalen, ervan uitgaande dat de ‘verliezer’ de subsidiëring staakt).

Niet vergeten dat FSC hier contractbreuk pleegt. De club had zich tot drie jaar verplicht beurtelings te spelen in Sittard en Geleen en wil nu na twee jaar onder die verplichting uit. Van Liemt speelt dus hoog spel. De politieke verhoudingen tussen beide steden zijn echter dusdanig slecht, dat de besturen van beide steden niet met elkaar van gedachten wisselen om tot een vergelijk te komen over wat te doen met FSC. De gemeenteraad van Geleen heeft weinig trek in FSC’s eisen, waardoor de bal bij de gemeente Sittard komt te liggen. De Sittardse gemeenteraad komt bijeen op 25 juni 1970 en stemt in met FSC’s eisen. Precies twee jaar na het telegram aan de KNVB, krijgt de club een definitieve thuishaven: Stadion De Baandert in Sittard.

Daar blijft het niet bij. FSC wil het woord ‘Fortuna’ terug in zijn naam. De marktwaarde van de naam ‘Fortuna’ in voetbalminnend Europa is groot. Het niet gebruiken van die naam is kapitaalsvernietiging en zo blijft er tenminste nog iets over waar Geleen trots op kan zijn. Men kiest voor Fortuna SC, waar ook Fortuna’02 een optie was (’02 refereert aan het oprichtingsjaar van SVC Sparta – de club waaraan Sittardia ontsproot). Ondanks verzet van tweede divisionist Fortuna Vlaardingen tegen deze naamsverandering, gaat de KNVB akkoord. FSC wordt Fortuna SC.