Dit seizoen mag er eindelijk weer publiek aanwezig zijn bij wedstrijden van Fortuna Sittard. 526 dagen duurde de ban, ingegeven door de COVID-19 pandemie. En wat waren we blij toen de poorten van het Fortuna Stadion weer openzwaaiden. Maar jongens toch, dat is toch niets vergeleken met de rubriek ‘Zaanse Methoden’? Het duurde niet minder dan 3.698 dagen vooraleer we erin slaagden een speler te strikken voor onze ‘Zaanse Methoden’…


Het gebeurt tijdens de uitwedstrijd bij Vitesse. Vanuit het middenveld wordt een bal achter Fortuna’s verdediging gelegd en waarna Ivo Pinto naar de zijkant sprint en de bal vol overgave wegtrapt. Naast me hoor ik Riccardo gniffelen. Ik weet genoeg: als we de rubriek ‘Zaanse Methoden’ nieuw leven gaan inblazen, dan is Pinto onze man.

Als Fortuna vervolgens toestemming verleent, staat niks ons meer in de weg om Pinto uit te horen over allerlei zaken. En net zo overtuigend als hij die bal wegkaatst bij Vitesse, even routineus slalomt de minzame Pinto door het interview. Klokslag 15.30 uur stapt Pinto het restaurant binnen, zet zijn baseball cap af en kijken zijn bruine kijkers vragend naar de overzijde van de tafel: kom maar op met die vragen!

4 februari 2009, je kijkt tegen een 4-1 achterstand aan en je mag invallen tijdens de halve finale van de Portugese beker. Verliezen in de hoofdstad, komt dat aan in Porto?
‘Was dat de wedstrijd tegen Sporting Lissabon? Natuurlijk is dat niet leuk! Er bestaat een grote rivaliteit tussen Sporting, FC Porto en Benfica. En als je als FC Porto zijnde verliest van één van die twee, dan is dat nooit goed. Maar, die wedstrijd werd gespeeld in het kader van de League Cup. Daardoor gooide de coach van FC Porto zijn hele selectie overhoop. Tijdens die wedstrijd speelden heel veel jeugdspelers mee.’

‘We kwamen 0-1 voor, maar Sporting zette vervolgens de wedstrijd naar haar hand en won met 4-1. Maar, zoals je aangaf, het was mijn debuut voor FC Porto en dat was natuurlijk erg leuk. Ik was zo dankbaar dat ik mocht meedoen, ondanks dat we verloren. Dat was niet leuk, maar om te mogen spelen voor FC Porto, één van de grote clubs in Portugal, was erg leuk!’

Oké, de wedstrijd verloren, maar wel je eerste minuten voor FC Porto gemaakt. Dat moet toch een belevenis zijn, de kleedkamer te delen met Lucho González, Hulk, Lisandro López, Raúl Meireles en anderen.
‘Je vergeet Bruno Alves te noemen. Trouwens, ik speelde eerst voor Boavista FC, waarna FC Porto me kocht. Ik begon bij het O19 team en halverwege het seizoen stroomde ik door naar de selectie van het eerste elftal. Vanaf dat moment trok ik dag in dag uit op met de grote namen die toen deel uitmaakten van FC Porto. Dat was een ongelofelijk team, echt een topteam.’

‘Bruno Alves maakte deel uit van het team, net als Aly Cissokho, die aan Olympique Lyonnais werd verkocht voor € 15.000.000. Maar ook Fernando, die naar Manchester City FC vertrok, Raúl Meireles, Lucho González, Hulk en tijdens het begin van het seizoen speelde Ricardo Quaresma er ook nog. Hij werd verkocht aan Inter Milan.’

‘Ik ga even door… Lisandro López, Fredy Guarín… Dat is ongelofelijk. En als je zulke spelers om je heen hebt, daar druipt de kwaliteit en mentaliteit vanaf. Iedereen drijft elkaar tot het uiterste, is positief naar elkaar. Daarom zijn het grote spelers die bij de grootste clubs hebben gespeeld. Die spelers hebben gestreden voor prijzen, in grote competities gevoetbald en ook in andere landen hebben zij prijzen gewonnen. Voor mij was het erg mooi om dat mee te maken en dat maakt me ook een beetje trots.’

Als je nog een jonge snaak bent, durf je dan te vragen waarom doelman Helton altijd zo’n gekke trainingsbroek draagt?
‘Hahaha! Ja, die draagt hij altijd! Ik denk dat hij er gewoon van houdt om in zo’n broek te spelen. Dat is gewoon zijn ding, denk ik. Eerlijk gezegd, ik heb hem nooit in een korte broek zien spelen. Gewoon nooit!’

‘Dat zit in zijn hoofd, vermoed ik, een soort bijgeloof. Hij kan gewoon niet zonder die lange broek keepen. Als je jong bent, dan vraag je dat niet, ondanks dat het er grappig uitziet. Het was gewoon een soort bijgeloof.’

Wat steek je op zo’n jonge leeftijd op van zulke spelers?
‘Alles was je opsteekt van zulke gasten probeer ik nu door te geven naar de jongeren waar ik nu mee speel. Terugkijkend op mijn carrière tot dusver, vind ik dat ik best een mooie carrière heb en nu ik hier ben, bij Fortuna, denk ik dat ik iedereen kan helpen. Vooral de jonge spelers.’

‘Maar natuurlijk probeer ik ze te helpen, maar wil ook van ze leren. Weet je dat je elke dag van iemand iets kunt leren? Dat is belangrijk. En natuurlijk, als ik iemand ergens bij kan helpen, dan doe ik dat. Praat met hen op een positieve manier. Tijdens trainingen of in wedstrijden gaat het onderling vaak hard tegen hard, maar dat is gezond. Niemand houdt van verliezen.’

‘Als het niet loopt zoals je wilt, dan bekvecht je wel eens, maar dat is belangrijk en zelfs noodzakelijk. Maar jonge spelers neem ik apart als ik denk dat dat nodig is. Als ik terugkijk op de tijd toen ik jong was deden de ervaren spelers dat ook bij mij en dat waardeerde ik enorm. Het is altijd leuk als Lucho González of Bruno Alves je apart nemen en zeggen dat je zaken beter zus dan zo kunt oplossen. Je kijkt tegen ze op.’

Spelers kijken niet alleen naar zichzelf, maar denken in teambelang? Ze willen zelf beter worden, maar vooral dat het team zich ontwikkelt?
‘Inderdaad. Als ik over enkele jaren een paar van die jonge gasten zie spelen bij grote clubs, dan maakt me dat blij. Dan heb ik waarschijnlijk een bijdrage geleverd aan hun ontwikkeling.’

Voordat je naar FC Porto gaat, speel je eerst bij je lokale club (Lusitânia FC) en speel je enkele seizoenen in de jeugd van Boavista FC. Hoe groot is de rivaliteit tussen beide clubs in de stad?
‘Vooral in de jeugdreeksen is die rivaliteit enorm. Maar Boavista heeft moeilijke en idiote tijden beleefd met financiële problemen en werd in verband gebracht met fraude. Daardoor is Boavista gedegradeerd. Maar na een jaar of zeven, acht bleek uit onderzoek dat ze niks verkeerd hadden gedaan en werden volledig gerehabiliteerd. Toen keerden ze terug naar de hoogste klasse. Dat was idioot en triest tegelijkertijd’

‘In Lissabon heb je Sporting en Benfica en in Porto heb je Boavista en FC Porto. Toen Boavista haar positie verloor was dat ontzettend jammer, want de Invicta-derby (de bijnaam van de stad Porto is ‘A Invicta’) verdween. Jammer, want Boavista is een mooie en ook grote club.’

‘Toen ik voor Boavista uitkwam was het altijd mooi om tegen FC Porto te voetballen en andersom. Het zijn allebei goede clubs.’

Als vroeger Portugees voetbal voorbij kwam op tv, dan zag ik bij de grote clubs veel fans, maar het gros van de wedstrijden werd gespeeld voor lege tribunes. Hoe is de situatie nu in Portugal?
‘Het is min of meer vergelijkbaar met Nederland. Hier zijn alle stadions zeker voor 50%-70% gevuld, maar in Portugal lukt dat de kleinere clubs niet. Zeker als twee kleinere clubs het tegen elkaar opnemen op bijvoorbeeld zondag- of maandagavond, dan blijven de stadions leeg.’

‘Maar ik denk dat, als je Portugal met Nederland vergelijkt, de grote clubs zelfs groter zijn dan de grote clubs in Nederland. Die hebben gewoon zoveel fans dat er voor kleinere clubs weinig meer overblijft.’

De enige winnaars van de Champions League die niet uit de grote vijf Europese competities komen (Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk) zijn afkomstig uit Nederland (Ajax, 94/95) en Portugal (FC Porto, 03/04). Hoe verklaar je het succes van deze twee landen, die beiden ook nog eens een totaal andere voetbalfilosofie hanteren?
‘Dat klopt, maar één ding hebben ze gemeen: ze beschikken over een geweldig goede opleiding. De opvatting over voetbal is weliswaar anders, maar de manier zoals in de jeugdopleiding wordt gewerkt is hetzelfde.’

‘Ajax, PSV, Feyenoord en zelfs Fortuna beschikken over jonge spelers die grote stappen kunnen zetten en dat is in Portugal net zo. De jeugdopleiding van Sporting Lissabon geldt als de beste en bracht spelers voort zoals Cristiano Ronaldo, Nani, Ricardo Quaresma en João Moutinho. Dat zijn grote spelers geworden.’

‘De clubs laten deze talenten samenspelen met ervaren rotten of ze halen goede spelers vanuit Zuid-Amerika. Zo ontstaat vaak een uitstekende mix van spelers.’

‘Toen FC Porto de Champions League won, bestond het elftal bijna uit alleen maar Portugezen. Dat heeft José Mourinho toen ontzettend goed gedaan. Hij haalde de beste spelers uit de Portugese competitie vanuit kleinere clubs naar Porto en leverde daarmee een wereldprestatie!’

Ik hoorde voormalig Belgisch international Gert Verheyen op Radio 1 vertellen dat toen hij jeugdtrainer was bij België O18 en O19 hij ondervond dat in Portugal al in de jeugd wordt aangeleerd dat alleen winnen telt, terwijl in België zelfs werd geopperd in het jeugdvoetbal uitslagen af te schaffen, omdat ‘het ontwikkelen van het spel’ belangrijker is. Portugezen zijn overlevers. Hoe kijk jij er tegenaan?
‘Portugezen zijn inderdaad overlevers. Als ik naar mezelf kijk, toen ik van Boavista naar FC Porto overstapte moest ik ontzettend aanpoten. Bij FC Porto is er maar één standaard: winnen. Hoe? Niet belangrijk, zoláng je maar wint. Bij Benfica en Sporting geldt hetzelfde.’

‘Natuurlijk, je werkt hard om jezelf te ontwikkelen, om beter te worden, maar je moet maar één ding doen en dat is winnen. Als je goed bent, dan ben je goed. En dat ben je pas als je wedstrijd na wedstrijd wint. Als je naar de resultaten van FC Porto in Europa kijkt, dan zijn die meestal goed. Je wint moeilijk van ze. Het enige dat telt.’

À propos een totaal verschillende voetbalfilosofie. 25 juni 2006: ‘De Slag om Neurenberg’. Het Portugese elftal haalde destijds het bloed onder de nagels van alle fans van het Nederlands XI-tal. Hoe heb jij die wedstrijd beleefd?
‘Natuurlijk ken ik die wedstrijd! Boulahrouz kreeg rood, en Deco kreeg óók rood! Cristiano Ronaldo werd uit de wedstrijd geschopt! Dus Nederlanders hebben een hekel aan Portugal vanwege die wedstrijd? Haha!’

‘Eigenlijk was ik óók boos. Vooral omdat ik een grote fan van Cristiano Ronaldo ben maar hij werd gewoon uit de wedstrijd geschopt door Boulahrouz! Wat denk je? Geel. Hij had in één keer rood moeten hebben. Maar eigenlijk waren we achteraf gewoon blij dat we wonnen.’


Ivo Pinto in zijn periode bij CFR Cluj met Luís Figo, één van de aanstichters van ‘De Slag om Neurenberg’ (Foto: privé-archief Ivo Pinto)

‘Ik moet wel toegeven dat het geen leuke wedstrijd was om te kijken. Er werd soms helemaal niet gevoetbald omdat spelers alleen maar bezig waren aanslagen te ontwijken. Een echt gevecht. Maar hey, we wonnen. Daar gaat het om.’

Als je een boek gaat schrijven over je voetbalcarrière, dan wordt dat hoogstwaarschijnlijk uitgegeven door de Lonely Planet. Hoe krijg je het voor elkaar bijna jaarlijks van club te wisselen?
‘Klopt, ik heb overal en nergens gezeten. Maar toen ik de eerste keer bij Dinamo Zagreb tekende ben ik tweeënhalf jaar gebleven. In Norwich speelde ik drieënhalf jaar. Bij die clubs heb ik het langste gespeeld en dat zijn toch best lange periodes.’


Met Norwich City FC in het Championship: scoren voor ‘The Canaries’ (Foto: privé-archief Ivo Pinto)

‘Kijk, bij die andere clubs zat ik inderdaad kort. In het begin van mijn carrière stond ik onder contract bij FC Porto. De club leende me steeds uit, dus ik wisselde steeds van club.’

‘Maar weet je, ik vond dat eigenlijk ook wel leuk. Ik kan zeggen dat ik Roemenië ken, ik weet hoe het leven in Kroatië is en heb in Engeland gewoond. En nu dus in Nederland. Het heeft ervoor gezorgd dat ik in de toekomst mooie verhalen kan vertellen aan mijn kinderen en, mochten die er ooit komen, mijn kleinkinderen.’

Na drie seizoenen Norwich City FC vertrek je uit Engeland en keert terug naar Kroatië. Maar na de eerste voorronde voor de Champions League is het ineens afgelopen. Waarom vertrek je alweer zo snel?
‘Ik raakte geblesseerd aan mijn achillespees en lag er drie maanden uit. Eind november, begin december keerde ik terug, maar toen begon juist de winterstop. Ik had destijds heimwee en vroeg aan de club of ik naar Portugal mocht terugkeren. Dat mocht en ik voetbalde uiteindelijk anderhalf jaar in Portugal.’

‘Ik verlangde gewoon weer terug naar mijn familie. Er speelden destijds wat privéproblemen en daarom wilde ik in Portugal zijn. Dat zou me goeddoen. Vergeet niet dat ik al vanaf mijn 21e in het buitenland verbleef. Dus zeven of acht jaren en dat is toch een lange periode om niet ’thuis’ te zijn. Tijdens die periode beviel mijn vrouw ook van ons tweede kindje en daarom wilde ik in Portugal zijn. Het voelde goed om toen ’thuis’ te zijn.’

Het seizoen nadien mis je met FC Famalicão op een haar na Europees voetbal omdat Rio Ave FC jullie achter zich houdt. Als je vervolgens naar Rio Ave FC overstapt spelen jullie in totaliteit 42 wedstrijden in diverse competities en sta je in de tweede klasse. Hoe groot is je teleurstelling dan?
‘Dat was gewoon idioot! In het begin van het seizoen speelde ik met Rio Ave in de voorrondes van de Europa League tegen een ploeg uit Bosnië, waarvan we wonnen. Toen speelden we tegen Beşiktaş en daar zouden we nooit van winnen. Wat denk je? We wonnen ervan!’


Toen ging alles nog goed bij Rio Ave FC (Foto: privé-archief Ivo Pinto)

‘In de volgende ronde speelden we tegen AC Milan en als we van hen wonnen, dan zaten we in de Europa League. We stonden met 2-1 voor. Ongelofelijk. Maar wat denk je? Laatste minuut: penalty tegen! Het werd uiteindelijk 2-2.’

‘In de verlengingen werd niet meer gescoord, dus moesten strafschoppen de beslissing brengen. We konden AC Milan drie keer uitschakelen, maar misten alle drie de strafschoppen. Dus toen lagen we eruit.’

‘Na de uitschakeling kenden we een hele slechte periode met veel verliespartijen, waardoor we in de hoek terechtkwamen waar de klappen vallen. Dan is het heel lastig om daar weer uit te raken. We hadden een slecht seizoen en misten de juiste teamspirit. Er zat voldoende talent in de groep, want het seizoen voordien had Rio Ave zich voor de voorrondes van de Europa League gekwalificeerd.’


Pinto speelde ook nog voor FC Famalicão (Foto: privé-archief Ivo Pinto)

‘We hadden dat seizoen zoveel beter kunnen doen, maar de uitschakeling tegen AC Milan zijn we vermoedelijk nooit meer te boven gekomen. Dat is keihard om mee te maken. ‘From hero to zero’, maar dat gebeurt soms nu eenmaal.’

Na zo’n seizoen sta je nog één seizoen onder contract bij Dinamo Zagreb, maar misschien met weinig toekomstperspectief. En dan ben je plotseling, na twee seizoenen, wederom een ‘Kanarie’. Voelt het goed om het geel en groen weer te dragen?
‘Ik houd zo van geel en groen! Mijn beste periode kende ik bij Norwich City FC. Daar was ik zo gelukkig. Dat is een geweldige club, een topclub. Ik, mijn familie en iedereen om mij heen hadden er een geweldige tijd. Het is een belangrijk deel van mijn leven.’


Pinto is vergroeid met Norwich City FC (Foto: privé-archief Ivo Pinto)

‘Nu ik hier bij Fortuna weer in geel en groen voetbal, denk ik terug aan die mooie tijd in Engeland. Trouwens, er bestaat een soort van connectie tussen Fortuna en Norwich, omdat ik niet de eerste speler ben bij Fortuna met een verleden bij ‘The Cararies’. Todd Cantwell en Felix Passlack hebben ook bij Norwich City FC gespeeld. Dat is toch mooi?’

‘Ik houd gewoon van die kleuren en ze geven me een vertrouwd gevoel en dat doet goed.’

Na dit seizoen loopt je contract bij Dinamo Zagreb af. Grijpt je vrouw in en zegt: ‘Ivo, ’t is genoeg geweest. Kom maar naar huis.’ Of heb je andere plannen?
‘Ik zal je eens iets vertellen. Ik heb een ongelofelijke vrouw die net als ik erg houdt van het opdoen van nieuwe ervaringen in andere landen. Ik speel nu hier, deels vanwege haar. Als voetballer krijg je altijd allerlei aanbiedingen van clubs, en ik wilde best naar een land waar ik nog niet eerder had gespeeld.’

‘Toen ze hoorde over Nederland, het mooie land met haar kleine en gezellige steden, stelde zij voor om voor Nederland te kiezen. Dat is ook leuk voor onze kinderen en het onderwijs is goed geregeld in Nederland. Maastricht is trouwens een leuke stad (…).’

‘Op het einde van het seizoen staan we weer voor een keuze en dat weet ik zeker dat ze me helpt bij het nemen van een beslissing. Ik neem nooit alleen beslissingen. Ik overleg steeds met haar. Dat weet ze ook. Wat ik na dit seizoen ook ga doen, we doen dat samen.’

‘Maar voorlopig zitten we goed in Nederland. Het is een goed georganiseerd land, erg groen, en we zijn op ons gemak hier.’

De wedstrijd van Vitesse leverde je eerste basisplaats op. En het werd meteen een ‘Portugese’ wedstrijd: efficiënt vooraan en je eigen doel met hand en tand verdedigen. Zijn dat de wedstrijden die je het beste liggen?
‘Nee, eigenlijk helemaal niet. Op de eerste plaats: ik speelde als centrale verdediger en niet als rechtsback, zoals normaal. Als ik als rechtsback speel, dan houd ik ervan om aan te vallen. Dat is echt mijn ding. Aanvallen, kansen creëren, voorzetten geven, dat werk. Maar Vitesse is een sterke tegenstander en als je dan op 0-1 komt door Mats Seuntjens, dan weet je dat je de wedstrijd ook kunt winnen. Als je weinig tot niks weggeeft, dan kun je als winnaar van het veld stappen.’


Ivo Pinto laat Yann Gboho geen kans

‘We hebben geprobeerd zo goed als mogelijk te verdedigen, maar we wisten ook dat Vitesse ons met problemen zou gaan opzadelen omdat ze gewoon een goede ploeg hebben met veel individuele kwaliteiten. Maar als je als team speelt, elkaar helpt in het veld, dan kun je drie of minimaal één punt meenemen. En dat hebben we gedaan. Proberen het centrum dicht te houden en geen voorzetten toe te staat, dat was het plan.’

‘De kopbal van Nikolai Baden Frederiksen was een beetje pech, maar ook een goede goal trouwens. Dat kun je nooit helemaal voorkomen. We hebben keihard gewerkt, goed verdedigd en de juiste mentaliteit getoon.’

Toen ik in mijn jeugd als centrale verdediger speelde moest ik mijn verdedigers bij een aanval meenemen tot aan de middenlijn. Dat is waarschijnlijk typisch Nederlands. Nu je zelf in Nederland speelt, moet je erg wennen aan die aparte speelstijl?
‘Dat is inderdaad typisch Nederlands, maar dat is soms gewoon niet mogelijk. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de tweede helft tegen Vitesse hadden we de bal vaak niet. Je probeert de bal in de ploeg te houden, maar Vitesse was beter. Je hebt altijd rekening te houden met je tegenstander, haha.’

‘Je kunt pas opschuiven als je de bal hebt en die hadden we niet. Maar ik ben snel en speel graag verder van het doel af. Daar houd ik van, maar in de eerste plaats ben ik verdediger en moet eerst mijn taken uitvoeren voordat ik aan andere dingen kan denken.’

Hoe is het om te werken met een trainer die nauwelijks ouder dan je is?
‘Ik heb veel respect voor Sjors Ultee. Hij gaat een mooie toekomst tegemoet. Het is een goede trainer die ons overal bij helpt. Hij analyseert onze tegenstanders heel erg goed. Hij heeft mij ook al goed geholpen en we gaan erg goed met elkaar om. Zoals ik al zei: van Sjors Ultee gaan we nog veel horen.’

De doelstelling van Fortuna is om zich allereerst veilig te spelen. Hoe anders is dat dan in de top van de rangschikking te spelen?
‘Toen ik bij Dinamo Zagreb om het kampioenschap speelde ging alles veel makkelijker. Dan zit je in een flow en loopt alles op rolletjes. Dan win je ook zonder de échte teamspirit. Je bent beter dan de meeste andere teams en als je dan gewoon je werk doet, volstaat dat.’


Ook bij Dinamo Zagreb laat Pinto zich gelden (Foto: privé-archief Ivo Pinto)

‘Maar de situatie waarin we bij Fortuna zitten is niet nieuw voor me. Je moet ook eerlijk zijn: we gaan wedstrijden verliezen. Dat weten we. Tegen NEC verloren we, terwijl iedereen verwachtte dat we zouden winnen of in ieder geval niet zouden verliezen, maar we verloren toch. Het belangrijkste is ervan overtuigd te blijven dat we over voldoende kwaliteit beschikken, en ondanks dat er ook moeilijke tijden aanbreken, moeten we wel een team blijven. Doe je dat niet, dan is het klaar.’

‘Oké, je verliest, maar dat is het dan. Uithuilen en opnieuw beginnen. We moeten ons realiseren dat dit de enige manier is om hier uit te komen. De kwaliteit is aanwezig. Daarop moeten we vertrouwen. En als iedereen doet wat hij moet doen, dan weet ik zeker dat we een goed seizoen gaan draaien.’

‘Na de nederlaag tegen NEC was het onaangenaam in de kleedkamer, dat zeg ik je. Dan bespreek je dat je niet goed was, slecht verdedigde, geen fatsoenlijke aanval op de mat legde, maar op het einde van de dag ben je ‘alleen’ drie punten armer. Klaar. Vanaf dat moment kijken we vooruit en je realiseren dat de wedstrijd tegen Cambuur de mogelijkheid biedt om alsnog drie punten te pakken.’

Je bent één van de meest ervaren spelers binnen de selectie. Levert je dat veel respect op, of geldt gewoon het recht van de beste?
‘Namen zeggen mij niks. Ik geloof in hard werken. Ik stap op het veld en toon wat ik in me heb. Want wie ligt er nu wakker van Ivo Pinto? Als ik niet presteer dan weet niemand wie ik ben. Ik dwing respect af met hetgeen ik op het veld laat zien. Dag na dag, week in week uit. Als ik dat doe, dan respecteert iedereen me.’

Tegen NEC leek het wel alsof verschillende spelers met een blessure speelden. Hoe ben je zelf die wedstrijd doorgekomen, op een andere positie?
‘Op de eerste plaats voer je je eigen taken uit. En daarmee help je je team ook. Maar je bent niet alleen, dus je moet je ook aan de strijdwijze houden. Dat moet je samen doen. Maar vergeet niet dat verschillende spelers geen makkelijke voorbereiding hebben gehad. Ik had bijvoorbeeld géén voorbereiding. Mickaël Tirpan kende géén voorbereiding en zo zijn er nog wel enkele.’

‘Je moet de voorbereiding niet onderschatten. Als je die niet hebt betaal je daar vroeg of laat de tol voor. Bij Sparta viel ik in op kunstgras en dat ben ik gewoon niet gewend. Tegen Vitesse speelde ik bijna 90 minuten. Tijdens de wedstrijd tegen NEC was ik tegen het einde van de wedstrijd wel vermoeid. Maar ook het wedstrijdverloop zorgde voor vermoeidheid.’


Ivo Pinto debuteert tegen Sparta

‘0-2 achter, met 1-2 de rust in, terwijl de eerste 5-10 minuten van de tweede helft ontzettend goed waren. We zaten achter de gelijkmaker aan en kregen een derde doelpunt tegen. Dan krijg je het gevoel dat je dat niet meer omdraait. Dat is mentaal zwaar, ook al geef je alles voor een goed resultaat.’

‘Ook al zag het er niet goed uit, zag het er tijdens delen van de wedstrijd zelfs slecht uit, hebben we tot het einde geprobeerd te strijden en dat bedoel ik als we het heb over teamspirit. Het team mag nooit uit elkaar vallen en je mag nooit je hoofd in de schoot leggen.’

‘Natuurlijk, iedereen haat verliezen, en ik vertelde je al dat een grafstemming in de kleedkamer hing, maar je moet gewoon kijken wat niet goed ging en daaraan werken.’

Clubliefde bestaat bijna niet meer en het is ook lastig om een band met een club op te bouwen omdat selecties zo snel muteren, maar welke club(s) staat in FotMob bij je favorieten?
‘Norwich City FC. Maar ook de club uit mijn geboorteplaats natuurlijk, daarnaast FC Porto en ik heb bijna zeven jaar bij Boavista FC gespeeld. Dus daar heb ik natuurlijk ook een band mee. Maar in Norwich voelde ik me het meeste thuis. Het is een geweldige club en heb er vrienden gemaakt waarmee ik nog wekelijks contact onderhoud. Als je me vraagt wat mijn favoriete club is, dan moet ik Norwich City FC zeggen.’

Je bent zelf afkomstig van de streek rondom Porto, terwijl Lisandro Semedo is opgegroeid in Lissabon. Als je jullie vergelijkt, komen dan die typische verschillen tussen Porto en Lissabon bovendrijven?
‘Met Lisandro wissel ik geen woord, haha! In Porto verdienen we het geld dat ze in Lissabon over de balk smijten, haha! Maar weet je, dat wordt zo gezegd, maar zo denk ik helemaal niet. Maar Lisandro en ik gaan goed met elkaar om.’


Ivo Pinto heeft veel lol met deze grapjas

‘Maar ze zeggen inderdaad dat de harde werkers uit het noorden komen en in het zuiden… Ach, dat houdt me helemaal niet bezig!’

Lisandro Semedo is de enig overgebleven Portugees die de promotie naar de Eredivisie heeft meegemaakt. Voor welke nalatenschap wil jij zorgen?
‘Geen idee. Ik geef gewoon wekelijks alles. Ik weet wat ik kan en de fans moeten weten dat of we winnen of verliezen, ik alles op het veld achterlaat. Ik geef 100%, soms meer. Als mijn medespelers me helpen, dan weet ik dat ik van waarde kan zijn. Maar ik kan het niet alleen hè.’

‘We moeten als team gaan presteren. Als alles goed loopt, dan gaat alles een beetje vanzelf en gaat iedereen boven zichzelf uitstijgen. Dat is nodig, want dat hebben we nog onvoldoende laten zien. De competitie is nog niet gelopen, we kunnen nog vanalles rechtzetten.’

‘Het belangrijkste is alles geven. En onthoudt dat voetbal vluchtig is en spelers niet lang worden herinnerd. Ik vind het belangrijker dat je als persoon wordt herinnerd, dat fans aan je terugdenken als een iemand met de juiste normen en waarden.’

Zaterdag spelen jullie tegen Cambuur, wederom een wedstrijd die gewonnen moet worden. Merk je iets van toegenomen druk?
‘Nee, druk voelen we niet. Maar je weet dat in deze club we geen makkelijke wedstrijden kennen. Je kunt geen moment op je lauweren rusten. Als je dat als ‘druk’ wilt omschrijven, oké. Maar zo voel ik dat niet. Je weet dat je het zaterdag goed moet doen of in ieder geval je best moet doen.’

‘We werken dagelijks hard om ons te verbeteren. Dus zaterdag moeten we met open vizier de wedstrijd tegemoet treden en onze taak uitvoeren. Natuurlijk, we moeten ook punten gaan verzamelen, dat weten we. Dus elke wedstrijd gaan we in om te winnen.’

De tijd zit erop. Vaak vraagt de vraagsteller of de geïnterviewde nog wat kwijt wilt, maar ik draai het om. Ik wil je nog meegeven dat alle fans op jullie rekenen en er vanuit gaan dat we onderin wegkomen.
‘Afgelopen seizoen deed Fortuna het super goed en daarop moeten we voortborduren. De start dit seizoen is beter dan de start van afgelopen seizoen, dus we gaan vooruit. Maar alle fans moeten ons blijven steunen, dat is belangrijk.’

‘Ik snap dat fans teleurgesteld zijn als we in het weekend niet winnen, maar diezelfde fans zien vaak niet wat we gedurende de week allemaal doen. Soms werken we zo hard en gaat het super goed op de training, maar vertrouw er gewoon op dat we alles doen om beter te worden. Ik probeer elke dag op alle vlakken beter en sterker te worden. Dat geldt ook voor degene die naast me zitten in de kleedkamer.’

‘Mijn boodschap is echt om achter het team te blijven staan. We gaan proberen om iets recht te zetten. Daarop ligt nu onze focus. Als ons dat lukt, dan kunnen we naar boven kijken en stapje voor stapje naar boven klimmen. Natuurlijk, prioriteit nummer één is ons veilig spelen, maar als alles goed gaat, kunnen we zelfs meer bereiken.’

Misschien moeten we nog eens iemand interviewen. Je bent hier nu een aantal weken en kent iedereen inmiddels. Wie kun je aanbevelen?
‘Pff, lastige vraag. Dan zou ik die andere Portugees eens polsen, haha! Ik voel me hier heel erg thuis, dus je kunt iedereen vragen.’